Interview Friesch Dagblad over Oecumene

Friese oecumene 3.0: inzet verbondenheid

‘De oecumene is ter ziele’ wordt er vaak gezegd, dus hou er maar mee op. De Friese Raad van Kerken komt met een nieuwe strategie. Oecumene 3.0: ruimte voor verbondenheid, te beginnen in Fryslân.

Door Lodewijk Born.
Het is niet de zoveelste oecumenische ballon die wordt opgelaten in ons land en die straks weer snel doorgeprikt gaat worden, zo blijkt uit het vurige pleidooi van voorzitter Rein Veenboer (56) en secretaris Corry Tigchelaar (56). Nee, er moet iets moois van de grond gaan komen in de Friese steden en dorpen. Dat vraagt om een nieuwe houding van gelovigen en kerkgemeenschappen.
Recent is op de jaarvergadering met de lidkerken het nieuwe jaarthema gepresenteerd waarmee het Friese kerkenplatform wil gaan werken: Ruimte voor verbondenheid. Er moet een open gesprek op gang komen. Niet alleen tussen christenen, maar ook tussen christenen en andersgelovigen, christenen en randkerkelijken, christenen en politici, enzovoorts. Ook de Provinciale Kerkendag, 7 oktober 2012 in Heerenveen, gaat over het gekozen thema, en op de Raadsvergaderingen zal het nadrukkelijk op de agenda staan.

Bolwerken

De kerken fungeren nu te veel als gesloten bolwerken, beschrijft Corry Tigchelaar die zelf werkzaam is als kerkelijk werker in Joure en Leeuwarden-Huizum en eerder onder andere als geestelijk verzorger bij justitie heeft gewerkt. ,,Op de jaarvergadering werd het heel mooi gezegd. We zijn nu als kerk te veel een Mexicaanse vriendenkring; zo’n beeldje waarbij de poppetjes gezellig met elkaar met de armen om elkaar heen samen zijn. Alleen sta je zo wel met de rug naar de samenleving toe. ,,We moeten ons omdraaien en zo een kring vormen en zeggen ‘kom jij ook naast ons staan’.’’
Dat mag dan best zonder het direct over alles met elkaar eens te zijn, wat nu is uitgegroeid tot een voorwaarde om überhaupt met elkaar te gaan praten. Misschien móét het wel helemaal niet zo gezellig zijn. ,,Als het in een relatie altijd leuk is, word je daar toch ook niet goed van? We kennen elkaars verhalen niet als mensen. Begin daar nu maar eens mee. Ik weet het zelf vanuit mijn werk in de gevangenis, waar een gedetineerde eens zei: ‘Wat mut ik met die God..’ En toen kwam zijn verhaal. Het viel me op hoe je veel eerder in gesprek bent over zingeving met zulke jongens dan soms in de kerk.”
Waar ruimte is kan iets groeien. Het ontbreken daarvan zorgt voor afsluiting en kan dingen kapot maken. ,,Er zijn heel wat mensen die de kerken hebben verlaten omdat ze geen ruimte ervoeren of kregen. Juist die mensen hebben we als kerken nodig omdat zíj vragen durven te stellen die wij als kerken misschien wel hard nodig hebben voor het gesprek met de ander”, meent Veenboer. De kerken zullen daarom ook de randkerkelijken op moeten zoeken, meent de voorzitter van de Friese Raad van Kerken. ,,Vraag maar waarom hij of zij de kerk heeft verlaten. Ook al wil je dat misschien niet horen.”
Op dit moment zijn de Protestantse Kerk in Nederland, de doopsgezinden, Leger des Heils, Oud-Katholieke Kerk in Nederland, de Remonstranten, de Rooms-Katholieke Kerk, Vrije-Evangelische Gemeente en de Evangelisch-Lutherse Gemeente lid van de Friese Raad van Kerken. Er zijn plannen voor een gesprek met de Christelijke Gereformeerde Kerken, die landelijk al gastlid zijn.

Duurzaamheid

Een thema rond ruimte past goed bij de Friese samenleving. Veenboer: ,,Fryslân is een provincie van ruimte, de weidsheid van het landschap. Vraag maar eens aan een boer hoe hij ruimte ziet. Ruimte kun je ook aan heel veel dingen verbinden, bijvoorbeeld aan het thema duurzaamheid, hoe we met onze leefomgeving omgaan.” Tigchelaar denkt, of het nu linksom of rechtsom is, dat de oecumene door kerken en kerkleden voorgeleefd moet worden. ,,Waar staan wij voor als kerken? Kijken wij om naar de andere, naar de noodruftige en de wees, zoals Jezus het deed? Gaan we in gesprek met de ander zoals Hij? Waarom de echte oecumene niet wil is omdat wíj - onze generatie - de dwarsbongels zijn. Wie in een verzorgingstehuis komt, ziet dat het helemaal geen item meer is.” Ze vertelt het verhaal van de pastor die op straat werd aangesproken door een verschoppeling uit de samenleving. ,,‘Heb je wat voor me?’ ‘Nee’, zei de pastor, ‘alleen de zegen.’ ‘Dát wil ik, dat is genoeg’, zei de vrouw. Als we zo leren kijken kan oecumene en verbondenheid groeien.”