Drs Piet Heemskerk Lid in Orde van Oranje Nassau

 

Het heeft Hare Majesteit de Koningin behaagd .....

Drs Piet Heemskerk te onderscheidenals lid in de Orde van Oranje Nassau.

Piet Heemskerk was jarenlang actief afgevaardigde in de Friese Raad van kerken van de RK Kerk, bisdom Groningen-Leeuwarden. Vanuit de raad nam hij sinds 1994 ook deel aan het Platform voor Levensbeschouwing in Kleurrijk Fryslân.

 

 

De heer Heemskerk was een zeer bevlogen en enthousiast raadslid, waar van ook vele jaren als secretaris in het Moderamen van de Raad. Hierin speelde hij een grote rol door zijn vele kennis op allerlei gebied en deed dit op een eigen karakteristieke bescheiden wijze maar altijd doordacht. Een zeer oecumenisch ingesteld mens!

 

Vanuit de Raad had hij ook zitting in verschillende werk- en projectgroepen en commissies zoals het Platform levensbeschouwing in Kleurrijk Fryslân, de Imams en Pastores en Kerken en Mensen met een verstandelijke beperking in Noord Nederland.

Van de laatst genoemde werkgroep was hij tevens oprichter! Hij voelde waarschijnlijk grote affiniteit met deze mensen, want hij was eveneens 13 jaar actief in Stichting Cupertino de landelijke koepel Levensbeschouwing voor verstandelijk gehandicapten.

De heer P. A. Heemskerk was meestal samen met anderen actief maar wel een sterke initiator, een man met kennis en ideeën. Immer opgewekt en kalm ging hij zijn gang. En alles als vrijwilliger, wat in de heer Heemskerk zijn gedrag nooit als vrijblijvend getypeerd kon worden, en enkel op basis van onkostenvergoeding.

 

Een samenleving kan blij zijn met mensen zoals de heer Heemskerk. Omdat zij voortrekkers nodig heeft, mensen die de moed hebben om de wereld buiten de bestaande en door de ‘goegemeente’ vaak als vaststaande erkende regels en hokjes te verkennen. Mensen die vanuit dat perspectief nieuwe initiatieven durven te ontwikkelen om anderen bewust te maken en te laten ontdekken dat de waarheid veel rijker is.

Een voorbeeld is dat de heer Heemskerk er van overtuigd is dat wil er waarlijk vrede komen dat we als religies niet zonder elkaar kunnen. In verband met zijn afscheid van de Raad zei Heemskerk hierover ooit in een interview met het Friesch Dagblad op 13 februari 2001:

‘De kerk is geen doel op zich, geen ommuurde veilige vesting om in te leven, maar een uitvalbasis. Ik wil optrekken vanuit mijn (christelijke) basiskamp, maar ook ‘de basiskampen’ van andere religies aandoen. Mijn droom is dat binnen de Raad van Kerken in Fryslân er ooit een ruimte komt voor deelname van andere religies.’

 

Zoals gezegd komt het denken en spreken en doen van de heer Heemskerk de samenleving ten goede.

Want hij kwam op voor mensen die – soms ten gevolge van de normen en waarden die de samenleving hanteert - op de rand komen te staan. Hij probeerde die samenleving bewust te maken van de rijkdom die mensen mee brengen die uit andere culturen komen, mensen die anders geloven (interreligieuze gesprek), mensen die leven met een beperking. Een rijkdom die de samenleving iets toe kan voegen. Hij was er van overtuigd dat wanneer men vanuit de eigenheid en respect hebbende voor de verscheidenheid, in gesprek met elkaar gaat, je elkaar dient. En dat dit ook ten goede komt aan de samenleving, een samenleving die zo echt gaat samenleven.

 

De bron om dit alles te kunnen doen is voor de heer Heemskerk gelegen in een diep geloof en een groot verlangen naar het Rijk van God. Door al dit werk en staan in het leven voel(de) je dat hij (zonder dit te verwoorden) een echt oecumenisch mens is vanuit een diep geworteld geloof in de Geest van God. Een Geest die, zoals hij eens verwoordde, de ramen en deuren wil opengooien.

Mensen trekken zich op aan iemand als Piet Heemskerk, voelen zich geïnspireerd en serieus genomen. Voelen zich waarde-vol! En werken van daaruit ook weer verder aan een samenleving waarin kleine tekenen van vrede worden opgericht.

 

De heer Heemskerk zei in zijn dankwoord in de raadsvergadering van 20 februari 2001 waarin afscheid van hem genomen werd:

‘Ik heb altijd met een goed gevoel inde Raad gewerkt, er werd naar elkaar geluisterd.

Voor alle dingen die langs me heen gegaan zijn vraag ik vergeving. De kerk heeft schuldbelijdenis afgelegd, dat was voor zaken van 300 jaar geleden, maar dit moet volgens mij nog veel verder gaan. Ook voor de dingen van deze tijd waar de kerk niet goed mee is omgegaan zou dit moeten gebeuren.

Ik heb geprobeerd smeerolie te zijn zodat dingen tot leven komen. Het diepste wat ik mee gemaakt heb gebeurde in Appelscha naar aanleiding van de Gebedsweek voor de Eenheid van de christenen. Daar waren mensen die vonden dat we niet in ons eigen hokje moesten blijven, maar er kon nog veel meer gebeuren. Je kunt nog zo goed smeerolie smeren, maar degene die er echt in werkt is de heilige Geest, daar in Appelscha hoorde ik de Heilige geest.

Ik kan dit werk doen om de grote kracht die achter mij staat en dat is mijn vrouw. Zij geeft mij de rust om dit alles te kunnen doen.’